De Ingreep

Menno WiersmaCOLUMNS

Eind juli moest ik voor een ingreep aan mijn hart ruim een etmaal in het ziekenhuis verblijven. Uiteraard zijn er grote parallellen tussen de humane en de veterinaire zorg en onwillekeurig ga je vergelijken. Van een afspraak maken tot aan de nazorg. Hoe de communicatie verloopt en wat je ervaart tijdens dat hele proces. De meeste lezers van ‘De Bistedokter’ weten onderhand wel hoe het er in onze dierenartsenpraktijk aan toe gaat. Dus beperk ik me in dit verhaal tot zoals ik het zelf heb ondergaan.

Sinds enige tijd slaat geregeld het ritme van mijn hart onregelmatig op hol. Dat is lastig en vermoeiend. En niet zonder risico. Dus werd besloten daar wat aan te doen. Ook die ingreep is bepaald niet zonder gevaar. De behandelend cardioloog was behoorlijk hard in het schetsen daarvan. Maar goed, dan kun je volledig je eigen afweging maken. Ik besloot met dat ene risico het andere te reduceren. Ik mocht kiezen uit een paar data, ik koos voor 4 mei. Mocht het mis gaan, dan sloegen we tijdens de dodenherdenking immers twee vliegen in één klap. Met excuus voor dit morbide grapje…

Maar toen overviel de tsunami van de corona-pandemie de hele wereld in het algemeen en de zorg in het bijzonder. Ik besloot niet lijdzaam af te wachten, maar blies zelf mijn afspraak af. Ik moest een maand tevoren aan de bloedverdunners. En ik had geen zin onder de blauwe plekken te zitten met het risico een paar dagen tevoren afgebeld te worden.

De stress van de corona-perikelen en het nieuwe werken daarmee op de praktijk eiste onverbiddelijk zijn tol. In tegenstelling tot heel veel andere sectoren hadden wij het juist bijzonder druk. Bovendien viel ik met mijn kwaal ook nog eens in de risicogroep. In juni ging het ineens helemaal mis met mij. Het toeval wilde dat het ziekenhuis mij net op dat moment belde met de vraag hoe het met mij ging. Niet zo geweldig dus. ‘Dan heb ik goed bericht voor u, u mag volgende week geopereerd worden!’ ‘Maar dat kan helemaal niet!’ ‘Oh, u hebt de medicijnen niet genomen?’ Natuurlijk niet! Gelukkig konden we eind juli een nieuwe afspraak inplannen. En in afwachting daarvan ging ik halve dagen werken…

Op 28 juli zette vrouwlief mij kwart voor zeven in de vroege ochtend af voor het hospitaal. In een rugzakje had ik slechts een toilettas en de beide meest recente boeken van Herman Finkers en Youp van ’t Hek ter afleiding ende vermaak. Werd ik de week ervoor bij het bloedprikken nog omslachtig geconfronteerd met coronamaatregelen, nu mocht ik ongehinderd via de nachtingang zo de afdeling cardiologie op. Een aardige verpleegkundige ving mij daar op en bracht me als eerste naar een vierpersoonskamer. Vakkundig werd mijn bloeddruk gemeten, werden plakkers aangebracht voor monitoring van het ECG en een infuuskatheter in mijn arm aangelegd. Even na achten zou ik naar de OK gaan. De zaalarts kwam kennismaken en zwaaide me vriendelijk nog net niet uit: ‘Ik zie u tussen tien en elf uur terug!’ In afwachting vermaakte ik me met columns van Youp.

Een zorgzame broeder kwam me om kwart over acht halen en reed mij de OK binnen. Ik werd op de monitor aangesloten en hij zei vervolgens dat hij mijn rechter lies ging scheren. Ik had me al op die gênante vertoning voorbereid. Behoedzaam schoof hij mijn boxershort tot op mijn knieën. Hij schoor ‘de kleine Menno’ eenzijdig en bracht ontsmettingsmiddel aan zodat het leek alsof mijn geslacht op een bedje van zachtroze hibicet lag gedrapeerd. Een behoorlijk smakeloze aanblik, moet ik zeggen. ‘Ik heb mijn sokken nog aan!’ ‘Die kunt u beter aanhouden want het is hier koud.’ Alsof dat zou helpen, want veel meer had ik verder immers niet aan…

Toen kwam mijn behandelend cardioloog een praatje maken. Ik zei me volledig aan hem toe te vertrouwen en wenste hem succes. In afwachting van zijn desinfecterende wasacties en het aantrekken van steriele kledij bekeek ik mezelf eens even: het was merkwaardig stilleven zo onder een wit laken liggend. In misdaadseries zie je lijken zo in het mortuarium opgeborgen.  Met dit verschil dat er dan een label aan de grote teen hangt. Mijn personalia zitten op een polsbandje om mijn linker arm.  Onderwijl hoorde ik op de achtergrond de cardioloog vakantieverhalen uitwisselen met het OK-assistente. Beide waren in Frankrijk geweest; ‘want je moet er wel even uit, toch?’ Mijn vrouw en ik hadden eind februari, toen we allemaal dachten dat corona Nederland nog niet eens bereikt had, ons niet verder durven wagen dan Vlieland om onze trouwdag te vieren. Destijds hebben we nog het grapje gemaakt dat we daar ‘in quarantaine’ waren gegaan…

Vervolgens ging het los. Ik kwam onder een steriele doek te liggen en er werd een katheter in mijn lies gezet waarlangs instrumentarium naar mijn hart zou worden geleid. Het laatste wat ik rond negenen hoorde was dat ik een ‘roesje’ van midazolam via het infuus kreeg om vooral stil te blijven liggen tijdens de ingreep. Datzelfde middel gebruiken we zelf dagelijks bij honden en katten…

Ik werd wakker gemaakt op de verkoeverkamer door een zorgzame verpleegkundige. Ik bekeek en betastte mezelf en voelde dat er groot drukverband in mijn lies onder de boxershort zat. Verder had ik nog steeds mijn sokken aan. Hoe ik me voelde? Nou, niet zo lekker. Eigenlijk zo misselijk als een kat. Ik kreeg een kots-schaaltje maar er kwam vrijwel niets omdat ik vanmorgen nuchter was gekomen. Ik werd van de monitor losgekoppeld en naar de zaal terug gereden waar ik vanmorgen was gestart. ‘Is mijn vrouw al gebeld?’ ‘Nee, nog niet.’ ‘Maar dat mag u zelf ook wel even doen!’ Dat leek me een goed idee. Terug op het zaaltje zocht ik mijn mobiel in mijn toilettas. Half één??? Mijn hemel! Ik appte rap mijn eega dat ik weer terug was. Ik kreeg een opgelucht appje terug. Want het laatste wat zij had gehoord was mijn bericht dat ik tussen tien en elf uur wel klaar zou zijn… Een goede vriendin had gelukkig haar ongerustheid kunnen temperen. Van de zaalarts hoorde ik vervolgens dat het allemaal wat langer had geduurd wegens onvoorziene complicaties. Ik blijk namelijk anatomisch ook inwendig enigszins afwijkend te zijn. Maar de ingreep was uiteindelijk wel volledig volgens plan volbracht. Gelukkig maar! Ik had geheel geen pijn en begon me zienderogen wat beter te voelen. Al snel mocht vrouwlief mij zelfs buiten het bezoekuur komen opzoeken. Haar aanwezigheid deed me zichtbaar goed. De rest van de middag doodde ik de tijd met de verhalen van Herman. De columns van Youp zijn doorgaans wat grofgebekt, Herman vond ik op dat moment aangenamer…

Diezelfde middag kreeg ik gezelschap van twee lotgenoten die eenzelfde ingreep hadden ondergaan bij dezelfde cardioloog. Rond zessen kregen we een keus uit een drietal warme schotels en ik moet zeggen dat het stoofpotje me prima smaakte. Ik had het de hele dag tot op dat moment slechts met één kopje thee moeten doen. ’s Avonds mochten we nogmaals bezoek en mijn vrouw bracht de krant voor me mee. Ik meen namelijk dat ik niet zonder de actualiteit kan. De controle van de wond, de bloeddruk en het ECG verliepen zonder aanwijzingen voor complicaties. En rond negen uur kwam de cardioloog nog even bij alle drie langs om de behandeling en bevindingen door te spreken. Hij was tevreden over ons alle drie, maar werd helaas al snel weer weggepiept omdat hij dienst had. De zaalzuster kwam ons melden dat wij drieën dienden te verkassen naar een andere kamer wegens gebrek aan nachtwacht op deze afdeling. We moesten daarvoor al onze spullen op onze bedden verzamelen. Alle drie waren we er goed aan toe; we hadden zelfstandig het toilet al bezocht en dus stelde ik voor dat we in colonne zelf onze bedden wel konden voortduwen. Dat was absoluut niet de bedoeling! We werden één voor één door een zuster verhuisd. Ze was wel een beetje ontstemd omdat op ons nachtzaaltje geen ruimte was vrijgemaakt. Zodoende moest ze alle bedden in haar eentje omzetten. Ik durfde niets meer aan te dragen. Die nacht heb ik bijzonder slecht geslapen, eigenlijk vrijwel niet. Maar ik heb ook de hele nacht geen nachtwacht gezien, erger nog, ik heb op ons zaaltje om twaalf uur zelf het licht maar uitgedaan…

Rond acht uur de volgende ochtend werden we verrast met een lekker ontbijtje naar keuze. Daarna konden we ons wat opfrissen en als alles goed ging, zo was ons beloofd, mochten we rond tien uur naar huis.

Vijf voor tien kwam de zaalzuster binnenstormen met de vraag of er al ‘iemand’ langs was geweest. ‘De wond is opnieuw bepleisterd en de bloeddruk is gemeten’, riposteerde ik. ‘Ja, dat heb ik zelf gedaan, maar ik bedoel of er al een arts is geweest.’ Nee dus. En weg schoot ze weer. Tien minuten later kwam ze ons vertellen dat er ook niemand meer langs zou komen en dat we naar huis mochten. We kregen dezelfde ‘ontslagbrief’ als die we gisteravond ook al hadden gehad en mochten het thuisfront op de hoogte brengen. Dat had ik al lang gedaan en mijn vrouw was reeds onderweg. ‘Ik zie u zo vast nog wel.’ Ik dacht van niet en dus heb ik rap aangekleed, de spullen in de rugzak gepropt en met de hand op mijn hart de zaalgenoten sterkte en beterschap toegewenst. Vijf minuten later liet ik mij oppikken bij de bushalte voor het hospitaal.

Van een heel goede vriendin die twee weken later exact dezelfde ingreep heeft ondergaan hoorde ik een aantal gelijksoortige ervaringen. Zij het dat zij de volgende ochtend niet eens een ontbijtje kreeg aangeboden. En toen er ‘s morgens een verpleegkundige op haar zaaltje kwam, schrok die zich een hoedje dat er iemand in bed lag en haar vrolijk ‘goedemorgen’ wenste. Zij mocht vervolgens ook niet zelfstandig naar de uitgang, maar moest met de rolstoel naar de auto. Het zou dus best kunnen zijn dat ze míj daar nog steeds kwijt zijn en lopen te zoeken…

Drie dagen later voel ik mij uitstekend! Geen nabloedingen en nog geen ritmestoornis meer gehad. Wel vertoont mijn hele rechter bovenbeen van de lies tot in de knieholte alle kleuren van de regenboog door bloeduitstortingen. Naast eerder geschetst tafereel biedt dat een merkwaardige aanblik. Ik hoef de ‘mast’ maar op te tuigen en kan zo de Gay Pride in! Naast het feit dat die dit jaar is afgelast is er echter geen overgebleven schaamhaar in mijn kruis die daaraan zou moeten denken, hoor… Maar ik  zit nog wel met een aantal vragen. Zoals waarom mij een roesje is beloofd terwijl ik drie-en-een-half uur volledig van de wereld ben geweest. Weet je, ik kan het idee maar niet loslaten dat ik in die tijd stiekem het hele ziekenhuis ben rondgereden en dat ze op alle afdelingen even het laken hebben opgelicht: “Moet je hier eens kijken, je weet niet wat je ziet!”

Resumerend heb ik niets dan lof voor onze zorg. Op de vierde dag na de operatie werd ik aangenaam verrast door een telefoontje van de assistente van mijn huisarts. Om te vragen hoe het met mij ging. Wel, naar omstandigheden heel goed! Wat aardig dat je belt! Verder ben ik mijn cardioloog enorm dankbaar dat de ritmestoornis tot op heden zich niet weer heeft voorgedaan. En verder: overal gaat wel eens iets niet helemaal zoals gewenst of beloofd. Zo ook op onze dierenartspraktijk. Door de bank genomen doen ook wij het volgens mij nog helemaal niet zo slecht. Het blijft echter mensenwerk, dat is denk ik ook de charme van het geweldige beroep van zorgverlener. Laten we dat vooral niet uit het oog verliezen!

Binnen twee weken na de ingreep voel ik mij zo goed dat ik weer aan de slag ga. Voor halve dagen, dat wel. Nog diezelfde week sta ik samen met mijn vrouw als assistente een keizersnede uit voeren op een Grote Zwitserse Sennenhond. Dat ging op zich prima, maar na nog wat hectische momenten waarin je niet kunt volstaan met werken op halve kracht, begint mijn rikketik toch weer wat te protesteren. Te snel begonnen door overmoedigheid? Of is het verbeelding? De impact dat er in mijn hart is ‘gerommeld’ is bijzonder groot moet ik zeggen. Gelukkig heb ik nu eerst twee weken vakantie. Even lekker uitwaaien op Vlieland. Daarna zien we wel weer!

Augustus 2020