Mazzelpik

Menno WiersmaCOLUMNS

Gisteren was ik jarig. Weer een jaartje ouder. En wijzer? U mag het zeggen. Vorige week zat ik in oude fotoboeken te bladeren. Allerlei herinneringen komen dan voorbij. Een levensloop in een notendopje.

Als tweejarige zat ik al tussen de konijnen. Weet daar niets meer van, maar foto’s liegen niet. Of ik lag in innige omhelzing met Penzie, een Cocker Spaniël, onze allereerste hond. Later kregen we een teckel, Pipo. Een secreet, weet ik nog wel. Heeft mij ooit eens in m’n neus gebeten.

Toen we verhuisden naar de andere kant van het dorp werd mijn dierenliefde door mijn ouders bijzonder gestimuleerd met een levensgroot beestenhok. Ik mocht daar heus mijn eigen dierentuintje creëren. Het zat propvol met kippen, duiven, konijnen, cavia’s, eenden, fazanten en wat al niet meer. Zelfs pauwen heb ik gehad. Niet alles was even succesvol, maar ik raakte vooral door schade en schande steeds meer bedreven in de dierhouderij. Bovendien hebben we thuis altijd honden, katten en schapen gehad. Met een vader als dierenarts werd het als het ware met de paplepel ingegoten.

Op de lagere school wilde ik vooral boswachter worden. Of oppasser in de dierentuin, dat leek me ook wel wat. Maar de beruchte CITO bracht me destijds naar het atheneum. Gaandeweg realiseerde ik me dat ik mijn ambities wel ietsjes kon bijstellen. Natuurlijk heb ik al die tijd de diergeneeskunde nooit uitgesloten, maar er had ook zo iets anders op mijn pad kunnen komen. Toen ik echt de knoop moest doorhakken koos ik met volle overtuiging voor wat ik nu beroepshalve doe. Er was echter wel een enorme hindernis te nemen: de numerus fixus. Ofwel, ik moest domweg lootjes trekken om in Utrecht aan de bak te mogen komen. Van de ruim 1200 aanmeldingen op de veterinaire faculteit konden, en kunnen heden ten dage nog steeds (!), maar 175 studenten een plekje bemachtigen. Ik had een gunstig nummer geloot, maar viel toch net buiten de boot. Mijn tweede keus, de landbouwhogeschool in Wageningen, liep ook mis. De militaire dienstplicht riep toen. Een grotere gruwel kon ik niet bedenken…

Wat ik niet voor mogelijk hield, gebeurde. Tijdens de zomervakantie, we schrijven 1980, hoorde ik op vrijdagmiddag dat ik werd nageplaatst en dat ik de maandag daarop toch aan de studie mocht beginnen! Er waren blijkbaar ingelote geluksvogels die op hét moment suprême van hun voorrecht afzagen. Hoe het ook zij, ik maalde daar niet om. Ik greep de pure mazzel en pakte mijn koffers. En ik verhuisde naar een zolderkamertje bij familie in de buurt van Utrecht.

Na de studie kreeg ik de kans in de praktijk in het hart van ons prachtige Fryslân mijn oom c.q. mijn vader op te volgen. Ik ben gezegend met een lieve vrouw die het leuk vindt om mee te werken in onze praktijk. Samen kregen we een drietal gezonde zonen. Kortom: ik ben gewoon een mazzelpik van precies vijftig jaar en één dag. En bijna de helft daarvan heb ik het allermooiste beroep van de wereld mogen uitoefenen. Wat wil een mens nou nog meer? Ik was in ieder geval allang blij dat er gisteren niet zo’n vreselijke abrahampop in de tuin stond. En… ik heb besloten mezelf een klein cadeautje te geven: www.bistedokter.nl. Eindelijk!

1 maart 2011